Door Ad Goddrie
Hij begon met de lagere landbouwschool en eindigde met een promotie tot dokter in de rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Amsterdam. 'Ik heb een gewoon verstand, ik heb keihard moeten werken', zegt dr. Mr. Ing. Jan Sneep (65) uit Dinteloord, letselschade-advocaat in Bergen op Zoom. Hij beleefde in de jaren tachtig een doorbraak toen hij voor een ernstig zieke patiënte ruim een half miljoen gulden schadevergoeding in de wacht sleepte omdat ze verkeerd was behandeld door een huidarts. In het verleden was Sneep ook agrariër, wat hij een tijdlang met het advocaatschap combineerde, en docent. Sneep is ongehuwd.
Hoe voelt u zich de laatste tijd?
Uitstekend. Ik ben pas wezen heliskiën in Canada en daarna heb ik me laten controleren door mijn cardioloog. Alles in orde. Lichamelijk en geestelijk voel ik me optimaal.
Herinnert u zich uw eerste zaak als advocaat nog?
Jazeker. Ik werkte bij Van Hasselt en moest een verklaring opstellen voor een akte van onvermogen. Ik wist echt niet wat dat was en toen wist ik ook dat wat je op de universiteit leert totaal verschillende is van de praktijk. Ik loste het op door veel vragen te stellen. Ik vraag nog steeds graag, zet altijd vraagtekens bij wat ik doe, ook al kom ik misschien zelfverzekerd over en heb ik de naam een terriër te zijn. Ik werk ook al twintig jaar met medische adviseurs en een juridisch adviseur.
Wie zijn uw voorbeelden?
Ik behoor in Nederland samen met een paar anderen tot de pioniers op het gebied van letselschade. Ik zou niet weten aan wie ik een voorbeeld zou moeten nemen.
Waarom letselschade?
Ik ben begonnen in het strafrecht. Ik vond het verschrikkelijk. Elke dag zat ik wel in de rechtbank, politiebureau of gevangenis. En altijd met criminelen omgaan is ook geen prettige bezigheid. Letselschade is veel omvattender dan het strafrecht. Het is heel dankbaar werk om wat te kunnen betekenen voor slachtoffers van medisch falen.
Wat is na twintig jaar uw beeld van de medische wereld?
Twee jaar geleden heb ik met een longembolie in het Franciscusziekenhuis gelegen. Daarna heb ik een brief geschreven aan de directeur patiëntenzorg om mijn complimenten over te brengen. Normaal schrijf ik heel vervelende brieven naar ziekenhuizen. Maar het gaat dan om excessen, al merk ik dat artsen het heel wat moeilijker vinden om fouten toe te geven dan bijvoorbeeld advocaten. Een advocaat ligt er niet wakker van als iemand een klacht indient. Artsen voelen zich toch meer verheven boven het gewone volk.
Waar bent u bang voor?
Ik houd van heliskiën en motorcrossen. Erg gevaarlijke sporten en ik ben voortdurend bang dat me iets overkomt. Waarom ik ze dan doe is een vraag die u aan een psychiater moet stellen. Ik houd van de spanning, maar ik ben uiterst voorzichtig als ik ze beoefen. Dat pas ik ook in mijn praktijk toe. Ik loop zo min mogelijk risico, ik ben een echte controlfreak.
Gelooft u in God?
Ja, ik ben zeer gelovig, en vrijmetselaar. Maar ik geloof niet in een bepaalde kerk. In Dinteloord zijn zeven kerken, maar nergens wordt er zoveel geroddeld. Hoe meer kerken, hoe groter de afstand naar onze lieve Heer. Als er een God is, dan moeten al die verschillende kerken en geloven hem een gruwel zijn.
Bent u grillig?
Nee, past niet bij me. Ik ben wel emotioneel, een gevoelsmens, al denken ziekenhuisverzekeraars daar waarschijnlijk anders over. Ik ben er ook wel eens te ver in gegaan, zoals die zaak in de jaren negentig tegen een gynaecoloog van Lievensberg. Die won ik dankzij de publiciteit, maar zodanig dat ik mezelf schade berokkende. Het ging me te goed, dat pinkte men niet. Ineens was een berisping door de Orde van Advocaten voor een te hoge nota ook groot nieuws. Inhoudelijk was die zaak peanuts en ik bestrijd de te hoge nota nog steeds.
Ik heb de les getrokken in die zin dat als ik de zaak van die misstanden in het ziekenhuis in Boxmeer zou krijgen, ik het tot en met de inspectie zou spelen. Maar ik zou niet meer voor de publiciteit kiezen.
Waar hebt u een hekel aan?
Arrogantie, dikdoenerij, te weinig respect voor anderen tonen en aan mensen die het met de waarheid niet zo nauw nemen.
Bent u ijdel?
Denk het wel, maar wie niet? Ik vind het leuk dat ik spreekbeurten mag geven voor de Speakers Academy, waar ook Pim Fortuyn bij betrokken was. En dat ik zo'n mooie praktijk heb kunnen opbouwen. Ik ben een boerenzoon, ik heb nooit een kruiwagen gehad, heb het allemaal zelf gedaan. Dat kun je ijdel noemen. Ik ben er dankbaar voor. Bovendien, ik ben heel kritisch op mezelf.
Wat zijn uw drijfveren?
De dankbaarheid van cliënten als je succes hebt. Uit mijn praktijk haal ik mijn voldoening.
Wat maakt u verdrietig?
Het overlijden van mijn ouders, de moord op mijn broer in Bergen op Zoom negen jaar geleden. Wij hebben de Watersnood van heel dichtbij meegemaakt en mijn huis is afgefikt. Het leven is niet rimpelloos voorbijgegaan. Vooral de moord op mijn broer hakte erin. Een erudiete man, geen doorsnee boer. Sprak zijn talen vloeiend, speelde zes instrumenten en schilderde uitstekend. Zijn talenten, zijn humor, ik mis hem.
Hoe belangrijk is geld voor u?
Ik rijd al acht jaar Ferrari. Daar heb ik heel hard voor gewerkt. En al jaren ga ik drie maanden per jaar op luxe sportvakanties. Maar geluk haal ik niet uit geld, maar uit mijn werk. Daarom ga ik ook door nu ik al 65 ben. Elke week komen er wel een paar nieuwe zaken bij. Steeds begin ik aan een nieuw avontuur.
Wat is uw grootste mislukking?
Dat ik vroeger niet meteen hbs-b ben gaan doen, maar een heel ingewikkelde route heb moeten volgen. Maar zo ging dat vroeger als boerenzoon. Ik ben op mijn veertiende achter de ploeg begonnen met werken. Ik heb een Spartaanse jeugd gehad, het enige verzetje was een keertje zwemmen in het Volkerak. Maar deze gedegen boerenachtergrond heef me wel doorzettingsvermogen gegeven.
Wat wilt u aan uzelf veranderen?
Dat ik die twee sigaren in de week niet meer rook. Het is gewoon slecht en gezondheid is het allerbelangrijkste in het leven.
Hoe ontspant u zich?
Met sportvakanties en met de racefiets er op uit gaan. En ik heb een speedboot, niet om te scheuren, maar om van de natuur te genieten.
Waar wilt u het liefste wonen als u niet in Dinteloord woonde?
Daar moet ik echt niet aan denken. Ik woon in een paradijsje en daar ga ik nooit meer weg.