Door Henk Boot
Smartgeld. De medische stand in de Verenigde Staten huivert bij het horen van de term, als we de krantenberichten tenminste mogen geloven. Het lijkt soms of de rechtbanken in het land van Oom Ronald zonder slag of staat miljoenen uitkeren aan mensen die zich door artsen of media benadeeld voelen. Die schijn bedriegt. Want ook aan de overkant van de oceaan moeten slachtoffers vaak keihard en langdurig procederen eer hun Beulen voor (im)materiële schade in de beurs moeten tasten.
Bovendien wordt er in de berichten vaak ten onrechte de term smartengeld gebruikt Vonnissen van miljoenen dollars die aan klagers betaald worden, hebben slechts ten dele betrekking op smartgeld voor immateriële schade. Er is dan ook gekeken naar inkomstenderving, maar de proceskosten en naar de honoraria van de advocaten, die daar op dertig tot vijftig procent van het uitgekeerde bedrag kunnen liggen.
Desondanks springen de Verenigde Staten eruit met hun smartengeldclaims. Op Amerikaanse toestanden zit men in ons land zeker niet te wachten, beweert Dr. Sneep. Het komt daar voor dat specialisten bepaalde risicovolle operaties niet eens meer durven uitvoeren. De smartengeldclaims zijn er te hoog. Dat is het gevaar dat er aan vastzit, stelt Sneep. In ons land valt het vergeleken met daar met de hoogte van die smartengelduitkering nog best mee. Hoewel als we de smartengeldtabellen erop na slaan komen we een soort tariefsstelling tegen. Anders kun je het moeilijk nemen. Normbedragen die worden uitgekeerd als causale verband tussen schuld en de schade tenminste kan worden aangetoond.
Bedragen
Voor een kneuzing, hersenschudding of schaafwonden kan van 250 tot zo'n 2500 gulden worden uitgekeerd. De bedragen lopen op naarmate bij een ongeval of incident het letsel zwaarder is. Wiens persoonlijk leven blijvend verandert of invalide raakt bijvoorbeeld vanwege het functieverlies van een arm of been of door ernstige brandwonden, kan in een hogere categorie van 70 mille tot 1.5 ton schadeloosstelling vallen. Zo kan voor een zogenoemde dwarslaesie met blijvende verlamming aan het onderlichaam kan circa 150.000 gulden worden uitgekeerd aan smartgeld.
Smartengeld is een zaak die sterk in ontwikkeling is. Mensen worden steeds mondiger, de rechtshulp speelt er ook meer op in. In feite zijn de bedragen die we in Nederland toekennen aan slachtoffers van bijvoorbeeld mishandeling of medisch falen slechts een hele kleine bijdrage in het immateriële leed van iemand, aldus dr. Mr. Sneep. Hij slaagde er met medewerking van de Haarlemse rechtbankpresident mr. H. van den Haak in om bovengrens van het smartengeld voorlopig op te krikken tot 200.000 gulden, waar de verzekeraar met 25.000 gulden het leed voor eens en voor altijd probeerde af te kopen.
Specialisten zijn verzekerd voor onzorgvuldig optreden. Voor een patiënt evenwel naar de civiele rechter- de arrondissementsrechtbank- kan stappen om de behandelend geneesheer te dagvaarden vanwege een onrechtmatige daad, komt meestal het medisch tuchtcollege er aan te pas. Een aangevallen medicus kan overigens altijd nog bij het Centraal Medische Tuchtcollege te Utrecht in beroep gaan tegen een hem onwelgevallige uitspraak van het tuchtcollege.
Die disciplinaire weg langs deze tuchtcolleges moet eigenlijk altijd worden afgelegd voor het verkrijgen van bewijs. Anders verwijst de rechter er wel naar. In een aantal gevallen waarin nalatigheid is vastgesteld wacht een arts een berisping, in het ergste geval schorsing plus publicatie daarvan in de medische bladen.
Daarmee hoeft de benadeelde patiënt echter geen genoegen te nemen. Komen klager en arts namelijk niet tot een vergelijk, dan staat de weg naar de civiele rechter open. Als de benadeelde tenminste nog moed, energie en geld heeft om er een rechtszaak van te maken. Wordt een arts gedagvaard dan neemt de juridische afdeling van de verzekeraar het van de arts over. Dan krijg je de ongelijkheid van de benadeelde die het opnemen tegen de verzekeringsadvocaten die full time voor zo’n maatschappij werken en er ook in gespecialiseerd zijn schetst dr. Sneep de volgende hindernis in de langdurige race naar gerechtigheid.
Hoe lang zo’n procedure kan duren weet hij uit eigen ervaring. Om bij het voorbeeld van de Haarlemse mevrouw te blijven. In 1968 liet zij zich behandelen voor een puistje aan haar neus door een Haarlemse huidarts. Die deed dat zo grondig verkeerd (hij verzweeg de verontrustende diagnose, schreef de verkeerde zalf voor en begon later op eigen houtje ten onrechte een röntgentherapie) dat haar halve gezicht wegteerde. Een beroep bij het Centraal Medisch tuchtcollege tegen een berisping door het medisch tuchtcollege verloor de huidarts in 1982. In 1984 startte dr. Sneep een procedure bij de Haarlemse rechtbank voor een schadeloosstelling door de arts, die verzekerd was bij de AMEV.
In tussenvonnis in februari van dit jaar oordeelde rechtbank dat de huidarts inderdaad onzorgvuldig had gehandeld en stelde voor nog enige deskundigen te raadplegen. Tegen dat vonnis ging de AMEV in beroep. Daarmee probeert wederom de zaak te traineren. Zo’n zaak valt eindeloos te rekken door de verzekeringsmaatschappij. De cliënt is daarvan de dupe, terwijl er al zoveel pijn is geleden, aldus Sneep.
Omdat de lichamelijke toestand van de vrouw, dermate is verslechterd dat enkel een behandeling in een Parijse kliniek nog hoop biedt, spande dr. Sneep dan ook een kort geding aan waarin hij een voorschot van 2 ton op de totale schadeloosstelling vroeg om de behandelingen te kunnen betalen.
Arrogant
De AMEV blijft ondanks andersluidende uitspraken van het medisch tucht college het Centraal Medische Tuchtcollege, het tussenvonnis van de rechtbank en het kort gedingvonnis bestrijden dat de huidarts een verwijt te maken valt. De Haarlemse rechtbankpresident oordeelde echter dat een voorschot van 37 procent op de totale schadeclaim van 539.573 gulden in dit geval billijk was. Voor de vaststelling van die schadeclaim is en ter zake deskundig expertisebureau geraadpleegd. In dergelijke gevallen noodzakelijk, want je kunt je als advocaat in zo’n geval geen uitglijders permitteren, aldus de Bergse raadsman die van de opstelling van de AMEV ontstellend arrogant en dom vindt.
Ik krijg soms de indruk dat sommige assuradeuren zoals de AMEV erop uit zijn om de zaak zolang te rekkend at cliënten van e procedures af zien. Door de uitspraak van de Haarlemse rechter hoop ik echter dat de verzekeringsmaatschappijen er achter zijn gekomen dat tijdsverloop in dit soort kwesties niet meer kun vriend is, maar zich ook tegen hen kan keren, aldus dr. Sneep die hoopt dat de verzekeraars voortaan sneller proberen tot een minnelijke schikking te komen omdat ze anders in kort geding tot een voorschotbetaling kunnen worden veroordeeld.
DE UITSRAAK van de Haarlemse rechterbankpresident in kort geding baarde onlangs tot in de internationale pers opzien. Een huidarts werd via zijn verzekeringsmaatschappij veroordeeld tot betaling van 200.000 gulden smartengeld aan een patiënte. En dat nog wel bij wijze van voorschot. Tot voor kort in ons land een ongekend hoog bedrag. Dr. Mr. J. Sneep uit Bergen op Zoom trad op als advocaat van de benadeelde: een 56-jarige Haarlemse, wier aangezicht door ondeskundig optreden van de huidarts, dermate werd geschonden dat ze in zeven jaar nauwelijks meer buiten durfde te komen. Een gesprek over het intense leed achter het smartengeld.